Expertise & onderzoek

Dr. Gercoline van Beek is senior onderzoeker en projectleider met ruime ervaring in praktijkgericht onderzoek op het snijvlak van schuldenproblematiek, forensisch werk, dak- en thuisloosheid en welzijn. Zij heeft een achtergrond in de sociale wetenschappen en is nu werkzaam aan Hogeschool Utrecht waar haar onderzoek zich focust op de samenhang tussen verschillende leefgebieden, waaronder de relatie russen schulden en delictgedrag, en sociale factoren bij re-integratie. Daarmee stelt ze de bestaanszekerheid van individuen en groepen centraal, om op basis daarvan effectief beleid te kunnen ontwikkelen en professionals handvatten te bieden. Haar expertise ligt op het snijvlak van schuldhulpverlening, justitie, de aanpak van dak- en thuisloosheid en het bredere sociaal domein. De kwaliteiten van Gercoline liggen in het initiëren en leiden van complexe onderzoeken, het creëren van impact, het opbouwen van duurzame netwerken, het verbinden van wetenschap, beleid, onderwijs en praktijk en het verbindend leiden van diverse teams. Zij is gedreven om met onderzoek maatschappelijke impact te creëren en kansenongelijkheid, onrechtvaardigheid en bestaansonzekerheid te verminderen en toegang tot hulp te versterken. Ook heeft Gercoline ruime ervaring in het ontwikkelen van onderwijs, coördineren van grote onderwijseenheden en begeleiden van (aankomend) professionals, met sterke focus op de verbinding tussen onderzoek, onderwijs en praktijk.

Gercoline richt zich in haar onderzoek op multiproblematiek onder mensen in kwetsbare situaties. Daarbij onderzoekt ze welke factoren een rol spelen in schuldenproblematiek onder forensische cliënten en wat effectief is om deze problemen integraal aan te pakken en zo re-integratie en herstel te bevorderen. Gercoline analyseert hierbij niet alleen de omvang en achtergrond van deze problematiek. Ze brengt ook de knelpunten die mensen zelf en de professionals die hen begeleiden ervaren in de aanpak in kaart. Haar passie ligt daarbij in het ondersteunen van professionals in de begeleiding van mensen die vaak te maken hebben met diverse problemen en zich daardoor veelal in een kwetsbare situatie bevinden, en bij te dragen aan de ontwikkeling van beleid waarmee de positie van deze mensen wordt versterkt en hun toegang tot hulp wordt verbeterd. 

Het onderzoek van Gercoline laat zien dat schulden onder delinquenten groot, complex en diepgeworteld zijn. Ze hangen vaak samen met problemen op andere leefgebieden, zoals beperkte opleiding, het ontbreken van (stabiel) werk en passende huisvesting, verslaving, en mentale en fysieke gezondheidsproblemen. Deze problematiek belemmert terugkeer naar de samenleving en vergroot het risico op terugval in criminaliteit. In de aanpak ervan ervaren zowel cliënten zelf als begeleidend professionals bovendien veel belemmeringen.

Het onderzoek dat Gercoline doet onderstreept daarmee het belang van een vroegtijdige, systematische en integrale samenwerking van professionals rond delinquenten, zowel in de justitiële keten als met het brede sociale domein, om te komen tot een effectieve aanpak. Gercoline benadrukt hierbij de samenhang tussen leefgebieden - bijvoorbeeld hoe gebrek aan passend inkomen en passende huisvesting elkaar versterken of hoe de overgang terug uit detentie gepaard kan gaan met gebrek aan passende vervolghuisvesting, werk, inkomen en overige basisvoorwaarden voor stabiliteit - als basis voor effectieve oplossingen en verbeteren van bestaanszekerheid en kansengelijkheid.

Daarnaast draagt het onderzoek bij aan het verminderen van stigmatisering, bijvoorbeeld als het gaat om de 'schuldvraag' wanneer mensen in de schulden komen en het gevoel van 'dubbel' te worden gestraft wanneer men is veroordeeld voor een delict. 

De ambitie van Gercoline is met haar onderzoek bij te dragen aan integrale, evidence based aanpakken die de maatschappelijke positie van mensen in kwetsbare posities versterken. Daarbij gelooft ze in de kracht van samenwerking tussen onderzoek, onderwijs en praktijk om zo duurzame kwaliteit van leven voor hen te borgen. Alleen door deze samenwerking kan duurzame impact worden gerealiseerd.

8 vragen over schulden en delictgedrag

1. Wat hebben schulden en delictgedrag eigenlijk met elkaar te maken?

Onderzoek laat een sterke samenhang zien tussen schulden en delictgedrag. Schulden kunnen het risico op delictgedrag verhogen, terwijl delictgedrag andersom financiële problemen kan veroorzaken of verergeren. Financiële problemen hebben zelfs voorspellende waarde voor terugval in delictgedrag. Daarnaast kunnen schulden leiden tot een vicieuze cirkel aan toenemende problemen, bijvoorbeeld als iemand door schulden een delict pleegt, in detentie raakt en daardoor zijn baan en huis kwijtraakt.

Dit laat nadrukkelijk zien dat iemand niet dóór schulden automatisch delicten gaat plegen. De werkelijkheid is veel complexer en genuanceerder: De relatie tussen schulden en delictgedrag is wederzijds en wordt beïnvloed door diverse factoren, en delictgedrag heeft veel verschillende oorzaken. Schulden staan bovendien vaak niet op zichzelf, maar hangen samen met bijvoorbeeld problemen rond werk, huisvesting, en mentale en fysieke gezondheid, verslaving en sociale relaties.

Schulden zijn dus onderdeel van een opeenstapeling van problemen die herstel en re-integratie bemoeilijkt. Daarom moeten we voorzichtig zijn met eenvoudige verklaringen. Wanneer we weten dat schulden en delictgedag samenhangen en die samenhang beter begrijpen, biedt dat ook handvatten voor het werken aan duurzaam herstel, door schulden niet los te zien van andere problemen en bijvoorbeeld in te zetten op het aanpakken van de oorzaken voor de schulden.

2. Waarom zouden we specifiek mensen die met justitie in aanraking komen helpen bij schulden? Hebben andere mensen met schulden – die geen delict hebben gepleegd – niet minstens zoveel recht op ondersteuning?

Natuurlijk hebben mensen met schulden die niet met justitie in aanraking komen evenzeer recht op goede ondersteuning. Dit is dan ook geen discussie over wie hulp meer of minder ‘verdient’.

De reden waarom het goed is om specifiek aandacht te hebben voor schulden bij mensen die met justitie in aanraking komen is een andere. Bij hen hangen financiële problemen vaak samen met problemen op andere leefgebieden, zoals werk, huisvesting en mentale en fysieke gezondheid. Bovendien hangen schulden en delictgedrag sterk met elkaar samen, belemmeren financiële problemen re-integratie en verhogen ze zelfs het risico op delictgedrag.

Maatschappelijk gezien verwachten we van iemand die een delict heeft gepleegd dat hij na zijn straf verantwoordelijkheid neemt, niet opnieuw met justitie in aanraking komt en zijn leven weer oppakt door te re-integreren in de samenleving. Tegelijkertijd weten we dat financiële problemen re-integratie bemoeilijken en samenhangen met terugval in delictgedrag. Mensen die met justitie in aanraking komen, ervaren bovendien verschillende belemmeringen bij het aanpakken van hun schulden die re-integratie eveneens in de weg staan.

Dat betekent dat als we verwachten dat mensen hun leven weer oppakken we ook moeten kijken naar omstandigheden die het voldoen aan deze verwachting bemoeilijken én hoe we mensen kunnen helpen wél te re-integreren. Investeren in schuldenaanpak is dus geen ‘beloning’ voor mensen die een delict pleegden, maar versterkt re-integratie en vermindert het risico op terugval. Daarmee is het ook een investering in een veiliger samenleving.

3. Mensen zijn toch ook zelf verantwoordelijk voor hun keuzes en hun gedrag? In hoeverre is het dan de verantwoordelijkheid van de samenleving om de gevolgen daarvan op te lossen?

    Zeker, mensen hebben een eigen verantwoordelijkheid. Met alleen het benoemen daarvan zijn problemen echter nog niet opgelost. We verwachten van iemand die met justitie in aanraking is gekomen nogal wat: Stop met delictgedrag, houd je aan voorwaarden, regel inkomen, betaal schulden af, zoek werk, zorg voor huisvesting en werk aan eventuele andere problemen, zoals mentale problemen of verslaving.

    Tegelijkertijd weten we dat stress als gevolg van financiële problemen juist invloed heeft op het vermogen om overzicht te houden, vooruit te plannen en verstandige keuzes voor de langere termijn te maken. Bovendien krijgt iemand die opnieuw probeert te beginnen vaak te maken met verschillende instanties die niet altijd goed op elkaar aansluiten.

    We vragen dus juist dát van mensen waardoor ze veelal in de problemen kwamen, wat onder druk staat door de omstandigheden én wat buitengewoon moeilijk is door hoe onze systemen zijn georganiseerd. Mensen goed ondersteunen bij het weer oppakken van hun leven betekent niet dat we hun eigen verantwoordelijkheid per definitie overnemen; goede ondersteuning stelt mensen juist in staat die verantwoordelijkheid weer te nemen.

    4. Is speciale aandacht voor mensen die met justitie in aanraking komen geen achterhaald doelgroepdenken?

    Niet iedereen die met justitie in aanraking komt heeft per definitie hetzelfde nodig. Het is ook niet per definitie zo dat hulp voor mensen die geen delict plegen niet effectief zou zijn voor mensen die wel in aanraking komen met justitie. Soms is reguliere ondersteuning passend.

    Geen aandacht besteden aan verschillen kan echter óók ongelijkheid veroorzaken. Reguliere ondersteuning blijkt namelijk niet altijd toegankelijk of passend voor mensen die in aanraking komen met justitie. Dat kan te maken hebben met het feit dat zij kampen met diverse (complexe) problemen of specifieke factoren in hun gedrag. Daarom hebben ze soms andere hulp nodig om dezelfde kans op herstel te hebben.

    Doelgroepdenken is problematisch als het etiket bepaalt welke hulp iemand krijgt. Doen alsof iedereen met schulden zich in dezelfde situatie bevindt, is echter evenmin maatwerk. Het gaat dan ook niet zozeer om doelgroepdenken (het ‘opplakken van een etiket’, het bieden van hulp omdát iemand in aanraking kwam met justitie), maar om oog hebben voor de omstandigheden waarin iemand verkeert en hulp bieden die daarop aansluit. Situatiegericht in plaats van doelgroepgericht werken dus.

    5. We hebben toch al schuldhulpverlening, waarom is er dan een specifieke aanpak nodig?

    Nederland kent veel professionele en betrokken schuldhulpverleners. Het probleem is dan ook niet dat er geen hulp bestaat. In de praktijk sluit de werkelijkheid van mensen echter niet altijd aan bij de manier waarop hulp is georganiseerd.

    Iemand kan tegelijkertijd te maken hebben met veel verschillende problemen en daarmee met veel verschillende organisaties. Iedere organisatie heeft haar eigen rol, taak, regels en verantwoordelijkheid. Voor de afzonderlijke organisaties kan dat logisch zijn, maar voor degene die van al die organisaties afhankelijk is kan het een doolhof worden. Niet zelden worden mensen die in aanraking komen met justitie geweigerd voor reguliere schuldhulp. Ook wijzen instellingen regelmatig naar elkaar als het gaat om begeleiding voor verschillende problemen. Als mensen uit detentie komen, zijn zij bovendien niet zelden nog onvoldoende voorbereid op wat het leven na detentie van hen vraagt en wat er moet worden geregeld.

    Dit laat zien hoe belangrijk vroegtijdige en systematische samenwerking, continuïteit in hulp en het bieden van praktische ondersteuning zijn. Het gaat dan ook niet erom dat er nóg een loket of nóg een afzonderlijke interventie komt voor een aparte groep, maar dat professionals en organisaties daadwerkelijk rondom dezelfde persoon trajectmatig samenwerken. De uitdaging is dus niet alleen goede schuldhulp – specifiek voor mensen die in aanraking komen met justitie – te organiseren, maar ook ervoor te zorgen dat die hulp mensen ook daadwerkelijk bereikt – ook als de problemen niet passen binnen de grenzen van de organisatie – en aansluit op wat iemand nodig heeft.

    6. Is schuldhulp niet gewoon een taak van gemeenten en schuldhulpverleners? Waarom zou justitie zich hiermee bemoeien?

    Justitie hoeft schuldhulpverlening niet over te nemen. Schuldhulpverlening is immers een vak. Dat betekent echter niet dat forensisch sociaal professionals financiële problemen kunnen negeren, zeker gezien de omvang en impact van de problemen.

    Omdat schulden re-integratie belemmeren en het risico op (nieuw) delictgedrag kunnen verhogen en justitiecontact andersom weer invloed kan hebben op iemands financiële situatie, zijn financiën ook relevant voor professionals die werken aan gedragsverandering en daarmee het voorkomen van recidive. Als daar niet tijdig aandacht voor is, kunnen bestaande problemen tijdens een straf verder oplopen en zelfs leiden tot herhaald delictgedrag.

    De oplossing is daarom niet dat forensisch sociaal professionals ook schuldhulpverleners worden, maar dat zij financiële problemen herkennen en weten wat zij zelf kunnen doen en wanneer en met wie zij moeten samenwerken.

    7. Wat gebeurt er als we schulden níét aanpakken?

    Bij het organiseren van een effectieve aanpak wordt terecht gekeken naar de kosten ervan. Daarbij is echter vaak onderbelicht wat het kost wanneer we problemen laten voortbestaan. Daarbij gaat het niet alleen om materiële kosten (‘hoeveel kost een dag detentie?’) maar ook om de bredere impact op de samenleving (‘wat betekent het voor de veiligheid van iemand zelf, zijn omgeving en de samenleving als iemand terugkeert in de samenleving zonder dat hij begeleiding heeft gehad ten aanzien van zijn gedrag en problematiek?’).

    Schulden kunnen stress veroorzaken en problemen op andere leefgebieden versterken. Ze kunnen re-integratie bemoeilijken, het perspectief op een stabiel bestaan verkleinen en zelfs het risico op toenemende problematiek en zelfs terugval in delictgedrag vergroten. Niet ingrijpen heeft daarmee niet alleen gevolgen voor degene met schulden. Het raakt ook hun gezinnen en families, professionals, schuldeisers en uiteindelijk de samenleving.

    Dit betekent ook iets voor hoe we naar straffen en re-integratie kijken: Wanneer we iemand eerst straffen en vervolgens onvoldoende voorwaarden creëren om daarna opnieuw te kunnen beginnen, in hoeverre heeft iemand dan daadwerkelijk de kans om opnieuw te beginnen? De formele straf is dan misschien afgelopen, maar schulden, problemen met werk, huisvesting en financiën maar ook ten aanzien van stigma en uitsluiting kunnen nog jarenlang doorwerken. Naast de vraag ‘wat kost het om iemand te helpen?’ moeten we dus ook de vraag stellen: ‘wat kost het als we iemand niet helpen?’.

    8. Hoe ziet een aanpak die wél werkt er dan uit?

    Er bestaat geen eenvoudige interventie waarmee schulden in één keer worden opgelost en recidive wordt voorkomen. Daarvoor zijn de problemen te complex.

    We weten echter wel steeds beter wat nodig is. Dat begint met financiële problemen vroegtijdig signaleren en bespreekbaar maken. Daarvoor is het belangrijk niet te wachten totdat schulden zo groot en complex zijn geworden dat alleen zware interventies nog mogelijk zijn. Vervolgens moeten financiën niet geïsoleerd worden bekeken. Schulden hangen samen met problemen op andere leefgebieden zoals wonen, werk, gezondheid. Een duurzame oplossing vraagt daarom om het in samenhang aanpakken van deze problemen.

    Dat vraagt ook om samenwerking tussen justitiële en sociale ketenpartners, zoals gevangenissen, reclassering, gemeentelijke nazorg voor ex-gedetineerde personen en schuldhulpverlening. Daarbij gaat het erom niet alleen naast elkaar te werken vanuit de eigen opdracht, maar gezamenlijk te kijken wat iemand nodig heeft om verder te komen. De persoon die vandaag in detentie zit en morgen vrij is, is immers nog steeds dezelfde persoon en zijn problemen zijn niet gescheiden. Uitstroom uit detentie zou dus niet moeten betekenen dat iemand alles weer opnieuw moet opbouwen.

    Tot slot vraagt het iets van de manier waarop we naar mensen kijken. Natuurlijk mogen we verwachten dat mensen verantwoordelijkheid nemen voor hun gedrag en toekomst. Als we echter werkelijk willen dat iemand na een misstap opnieuw begint, moeten we ook omstandigheden creëren waarin dat mogelijk is.